Volg vLm via: 




vLm Regio Midden organiseert Cradle to Cradle-discussie bij EVO

15 september 2008

Tijdens een door de EVO gehoste discussiesessie georganiseerd door vLm Regio Midden hebben Bram van Schijndel, Senior Consultant van CapGemini, en Frans Brackel, Logistiek Manager van Bobike gepresenteerd hoe het Cradle to Cradle-denken in de praktijk gebracht kan worden.

 

Bram van Schijndel geeft de aftrap door in het kort uit te leggen wat het Cradle to Cradle-denken eigenlijk behelst en wat het kritische verschil is met traditionele recycling. Bram van Schijndel legt uit dat “Bij traditionele recycling het materiaal van het te recyclen product verontreinigingen bevat waardoor bij recycling ‘downgrading’ ontstaat”. In het Cradle to Cradle-concept worden producten ontworpen en gemaakt van verantwoorde en waar mogelijk volledig afbreekbare materialen, die steeds weer kunnen worden teruggegeven aan de technische of biologische kringlopen. Zo blijven materialen eindeloos herbruikbaar, en is afval in feite energie of voedsel geworden. Cruciaal is het tegengaan van zogenaamde ‘monster hybriden’. Dit zijn samenstellingen van verschillende materialen die hergebruik op hetzelfde niveau onmogelijk maken.

Aan de hand van een drietal concrete case studies van Nederlandse bedrijven legt Bram uit hoe het Cradle to Cradle-denken op een bedrijfseconomische manier toegepast kan worden en wat de invloed is op het bedrijfsmodel en de logistieke stromen. Zo heeft Océ zich opgevormd tot een bedrijf dat kopieën en prints verkoopt in plaats van kopieermachines en printers. De machines blijven nu eigendom van Océ en Océ is in staat om door middel van remanufacturing de levensduur te verlengen. Heijmans is in staat om asfalt te recyclen en Van Gansewinkel biedt consultancy aan om bedrijven te helpen bij het ontwikkelen van producten voor recycling.   

 

Frans Brackel legt vervolgens uit hoe Bobike, markleider op het gebied van fietszitjes, bij haar productontwikkeling rekening houdt met het Cradle to Cradle-concept en welke concrete veranderingen al zijn doorgevoerd. Hij geeft uitleg over het ontwerp proces en maakt duidelijk dat chemische kennis cruciaal is bij het ontwerpen van nieuwe producten. Hij toont een tweetal voorbeelden van ‘monster hybriden’-producten waarbij verschillende materialen gecombineerd zijn en die dus bij recycling tot downgrading zouden leiden. Hij toont ook de nieuw ontworpen producten waarbij de verschillende materialen wel eenvoudig te scheiden zijn. Tevens legt hij uit dat de kostprijs na deze ingreep lager ligt dan de kostprijs van de oorspronkelijke producten. Eén van de producten was een complex samengesteld product wat in China geproduceerd werd vanwege de hoge kosten. Het vervangende product is veel eenvoudiger te produceren en kan daarom gewoon in Nederland geproduceerd worden tegen een lagere kostprijs. Cradle to Cradle-denken kan dus wel degelijk hand in hand gaan met bedrijfseconomische verantwoorde aanpassingen.

 

Tijdens de discussie die er op volgde bleek ook duidelijk dat voor het succes van het Cradle to Cradle denken, bedrijfseconomische afwegingen cruciaal zijn. Onder het genot van een borrel werd hier vervolgens nog verder over gediscussieerd.